SPREKENDE CIJFERS OVER WONEN IN VLAANDEREN

  • Woningmarkt Vlaanderen: 
- private huurmarkt: 450.000 woningen (20%)
- sociale huurmarkt: 130.000 woningen (6%)
- eigendomsmarkt: 1.700.000 woningen (N.I.S. 2001)
  • In 2002 bedroeg het budget voor wonen slechts 2,21 % van de Vlaamse begroting. 
  • Betaalbaarheidsproblemen private huurders: 

- 57% betaalt meer dan 1/5 van inkomen
- 18% betaalt meer dan 1/3 van inkomen 
(Winters, S., Betaalbaar wonen. Nota op basis van tussentijdse resultaten van het onderzoek ‘betaalbaar wonen op de private huurmarkt’ uitgevoerd door het HIVA in opdracht van het ACW, 2004) ; zie ook Tabel.
  • De jaarlijkse cijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek tonen dat in de periode 1997 – 2001 in België de verkoopprijzen van woningen stegen met 32%, terwijl in dezelfde periode de index van de consumptieprijzen steeg met 8,3%. De prijzen voor bouwgronden stegen nog sterker dan voor woonhuizen. Deze stijging bedroeg voor 1997 – 2001 72,8 %. (Winters, S., Betaalbaar wonen. Nota op basis van tussentijdse resultaten van het onderzoek ‘betaalbaar wonen op de private huurmarkt’ uitgevoerd door het HIVA in opdracht van het ACW, 2004)
  • Wonen is voor iedereen veel duurder geworden. Het aantal gezinnen dat meer dan 20 % van hun inkomen aan woonkosten moet uitgeven is in de periode 1976-1997 gestegen van 6,9 naar 23,4 %. Het aandeel private huurders dat meer dan 20 % van zijn inkomen aan huur besteedt is over die periode gestegen van 12,9 tot liefst 51,4 %. (Van Dam, R. & Geurts, V., De bewoners van gesubsidieerde en niet gesubsidieerde woningen in Vlaanderen: profiel, woningkwaliteit en betaalbaarheid, Berichten van het Centrum voor Sociaal Beleid, UFSIA, Universiteit Antwerpen.Van Dam & Geurts (2000) op basis van CSB-enquête 1997). En alhoewel de sociale huurders op het vlak van verhouding prijs/kwaliteit duidelijk beter af zijn, besteedt toch nog 29,3% meer dan 1/5 van zijn inkomen aan huur (2001).
  • 300.000 woningen in Vlaanderen zijn van een slechte kwaliteit. (Een uitwendig onderzoek naar de kwaliteit van de woningen in Vlaanderen. Verslag van de survey 1994/1995, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, 1996) 
  • Bijna één op vijf huurwoningen is van slechte kwaliteit tegenover toch nog 1 op 10 woningen bewoond door de eigenaar-bewoner. (Een uitwendig onderzoek naar de kwaliteit van de woningen in Vlaanderen. Verslag van de survey 1994/1995, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, 1996) 
  • De huurprijzen voor woningen met een onvolledige comfortuitrusting (bad en/of centrale verwarming ontbreken) zijn over de periode 1992-1997 sterker gestegen dan de huurwoningen met volledige comfortuitrusting, namelijk met 38,8 % tegenover 26,3 % voor huurwoningen met volledige comfortuitrusting ( Pannecoucke, I., De Decker, P. & Goossens, L., Onderzoek naar de mogelijkheden voor de integratie van de particuliere huurmarkt in het Vlaams Woonbeleid. Eindrapport, UFSIA – OASeS, 2003) 
  • 72.000 gezinnen staan op de wachtlijst voor een sociale woning. (Persmededeling Vlaams minister van Wonen, Marino Keulen, 26 maart 2004)
  • De wachttijden voor een sociale woning lopen makkelijk op tot 5 jaar. 
  • Studies hebben aangetoond dat er eigenlijk nood is aan minstens 100.000 bijkomende sociale huurwoningen. (Meulemans, B., Geurts, V. & De Decker, P. , Doelgroepen van het woonbeleid. Een analyse van de woonproblemen in Vlaanderen, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, 1996) Aan een investeringstempo van 15.000 bijkomende sociale huurwoningen per periode van vijf jaar, duurt het 33 jaar of minstens 7 legislaturen vooraleer het tekort is weggewerkt. (Inslegers, G., Armoede en sociale uitsluiting. Eindverslag van het derde vooruitgangscongres inzake de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in Vlaanderen, 2003)
  • Vlaanderen heeft slechts 6 % sociale huurwoningen. In Engeland is dat 21 %, in Frankrijk 16 %, in Duitsland (exclusief DDR) 17 %, Denemarken 19 % , Zweden 20 %, Finland 16 % en in Nederland zelfs 35 %. (‘Housing Statistics in the European Union 2002’, Direction Générale de l’ Aménagement du Territoire, de Logement et du Patrimoine,Région Wallon, 2003 )
  • Tijdens deze legislatuur zijn we reeds toe aan onze vijfde! Minister van Wonen.
  • Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat huisvesting in België de eerste oorzaak van armoede is. (Dewilde C. & De Keulenaer, F. (2002) Huisvesting, de ‘vergeten’ dimensie van armoede, Ruimte en Planning, 22, blz. 99-115) 
  • Voor 30 % van de Belgische huishoudens in een eigen woning moeilijk haalbaar. (Meulemans, B., Geurts, V. & De Decker, P. , Doelgroepen van het woonbeleid. Een analyse van de woonproblemen in Vlaanderen, Ministerie van de Vlaamse gemeenschap, 1996) 
  • Van de 2 miljard euro (80 miljard BEF) overheidsstromen (zowel federale als Vlaamse) die op jaarbasis naar huisvesting in Vlaanderen gaan, gaat liefst 1,5 miljard euro (63 miljard BEF) naar eigendomsverwerving, terwijl 20 % van de bevolking zich dat niet kan permitteren. Maar bovenal: 
  • 40 % van het overheidsgeld dat besteed wordt aan huisvesting gaat naar de 20 % rijkste gezinnen. De 20 % armste gezinnen, m.a.w. zij die de steun het meest nodig hebben, genieten van 10 % van het voordeel. (De Decker, P., Wie geniet van de overheidsuitgaven voor wonen in Vlaanderen ?, Planologisch Nieuws , 2000, blz. 8-35)

Tabel
Profiel van eigenaars en huurders in België
op basis van het huishoudbudgetonderzoek 2001
en in Vlaanderen op basis van de CSB-enquête 1997

 

HIVA, op basis van huishoudbudgetonderzoek 2001, België
  Eigenaar
 zonder afbetaling
Eigenaar
met afbetaling
Private
 huurder
Sociale
huurder
Inkomen* in € 22 008 36 274 21 569 15 947
Woonkost in € 0 5 925 4 282  2 459
Gemiddelde woonquote (in %) 0 21,5  25,4  17,3
Aandeel gezinnen met woonquote > 20%(in %) 0 33,4  57,4  29,3
Aandeel gezinnen met woonquote > 33%(in %) 0 7,8  18,4  3,0
CSB, op basis van CSB-enquête 1997, Vlaanderen
  Eigenaar Huurder
Inkomen* in € 25 584  18 180
Woonkost in € 5 148  3 780
Gemiddelde woonquote (in %) 19,3 24,5
Aandeel gezinnen met woonquote > 20% (in %) 34,7  51,4
Aandeel gezinnen met woonquote > 33% (in %) 7,4  17,7
  • Inkomen = netto beschikbaar jaarinkomen uit arbeid (hoofdactiviteit en nevenactiviteiten) en inkomen uit sociale uitkeringen 

Bron: Huishoudbudgetonderzoek 2001, bewerking Griet Cattaert HIVA
Van Dam & Geurts (2000) op basis van CSB-enquête 1997



- -
- - - - -