MANIFEST PLATFORM WONEN
voor een actiever en doortastend woonbeleid in vlaanderen
|
“Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. artikel 23 in de Belgische Grondwet |
|
“Iedereen heeft recht op menswaardig wonen. artikel 3 van het Decreet op de Vlaamse Wooncode |
1. WAT IS HET PLATFORM WONEN ?
Het ‘recht op wonen’ staat zowel in de Grondwet als in de Vlaamse Wooncode ingeschreven, maar komt voor steeds meer groepen in onze samenleving onder druk. Dit in het bijzonder voor de meest maatschappelijk kwetsbare bewoners. Daarom namen onderstaande organisaties het initiatief om een breed ‘Platform Wonen’ op te richten.
Het Platform wenst, vanuit een breed samengesteld platform van diensten en organisaties, een gestructureerd signaal te geven aan het politieke beleid zodat wonen uitdrukkelijke prioriteit krijgt in het programma van de Vlaamse regering.
Omdat wonen een basisbehoefte is en iedereen het recht heeft op menswaardige en betaalbare huisvesting!
2. WIE IS HET PLATFORM WONEN ?
Onderstaande organisaties ondertekenden reeds de Manifesttekst van het Platform Wonen :
Deelnemende koepelorganisaties
Samenlevingsopbouw Vlaanderen
Regionale Instituten voor de SamenlevingsOpbouw*
- Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen
- Samenlevingsopbouw Gent
- Samenlevingsopbouw Oost-Vlaanderen
-
RISO Vlaams-Brabant
-
RIMO Limburg
- Samenlevingsopbouw Antwerpen stad
- Samenlevingsopbouw Antwerpen provincie
Vlaams Overleg Bewonersbelangen (VOB)
Huurdersbonden - Sociale Verhuurkantoren - Woonwijzers -
woonwinkels
Welzijnszorg
ACW - Koepel van Christelijke Werknemersorganisaties
Gezinsbond
Vlaams Netwerk van verenigingen waar Armen het woord nemen
Vlaams Minderhedencentrum (VMC)
Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG)
Steunpunt Algemeen Welzijnswerk
Kinderrechtencommissariaat
Liga voor Mensenrechten
Verbond Sociale Ondernemingen (VSO)
Platform Wonen van Ouderen
Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH)
Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen
Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO)
Algemene Centrale ABVV
ABVV Antwerpen - Zuid-Oost-Vlaanderen - West-Vlaanderen - Scheldeland
Kristelijke Arbeiders Vrouwenbeweging (KAV)
Christelijke Mutualiteit (CM)
Kristelijke Beweging van Gepensioneerden (KBG)
Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV)
Ons Zorgnetwerk
Vlaams Straathoekwerk Overleg (VLASTROV)
Nederlandstalige Vrouwenraad
Caritas - Verbond van Verzorgingsinstellingen
KVLV
Nationaal Verbond van Socialistisch Mutualiteiten
S-Plus
Viva-Socialistisch Vrouwen Vereniging vzw (Viva-Svv)
Lijst nog aanvulbaar
* RISO Brussel en de Brusselse Bond Recht op Wonen (BBRoW) ondersteunen mee het Platform Wonen
Ondernemende plaatselijke organisaties
Platform Antwerpse Sociale Huurders (PASH)
Stebo - Infocentrum Wonen
Stad Lier
Gentse Stedelijke Woondraad
Mensen van de Weg vzw
HP Recht op Wonen vzw
Woonaksent
Leren ondernemen
De Sloep vzw
Intercultureel netwerk Gent
vzw Woonfonds
KRAS vzw
Ondertekenaars 'wetenschappelijk steuncomité':
Luc Goossens (OASeS)
Pascal De Decker (OASeS)
Bernard Hubeau
3. KNELPUNTEN IN HET VLAAMS WOONBELEID
3.1. De betaalbaarheid van het wonen
De woonkost neemt een steeds grotere hap in van het (gezins-)budget. Dit geldt zowel voor eigenaars-bewoners, als voor private en sociale huurders. Steeds meer huurders (op de private en sociale markt) overschrijden de kritische betaalbaarheidsgrens. Vooral de lagere inkomensgroepen spenderen een kleine helft van hun budget aan woonkosten.
In de private huursector zijn de betaalbaarheidsproblemen nog het grootst. Een grote groep huurders op de private markt wacht al jaren op een sociale woning en bevinden zich in afwachting in een situatie waarin zij nauwelijks bescherming of tussenkomst genieten.
Ook voor hen die in de sociale huursector terechtkomen wordt de situatie steeds moeilijker. De sociale huisvestingsmaatschappijen komen in financiële moeilijkheden en dienen hogere inkomensgroepen aan te trekken, sociale huurwoningen te verkopen en hun basishuurprijzen gevoelig op te trekken. Momenteel betalen de laagste inkomensgroepen onder de sociale huurders de scherpste huurprijsstijgingen.
Tevens wordt de broodnodige uitbreiding en vernieuwing van ons woningbestand, onder meer door de stijgende grondprijzen, belemmerd en onbetaalbaar, ook voor de middengroepen.
3.2. De globale kwaliteit van het woningbestand
Vlaanderen kent 300.000 woningen van slechte kwaliteit. Gezien de schaarste blijven deze in het woningmarktcircuit. Eén op vijf huurders (135.000 huishoudens) en één op tien eigenaars-bewoners (165.000 huishoudens) wonen in een pand van slechte kwaliteit. Hieronder vallen een relatief hoog aandeel bejaarden. Hoewel globaal het comfort van de woningen verbetert, blijft er een enorm tekort aan degelijke en structureel gezonde woningen in Vlaanderen.
3.3. Leefbaarheid in de knel
Ruimtelijke concentratie- én verdringingsprocessen hebben ervoor gezorgd dat de betere en rijkere bevolkingsgroepen zich via eigendomsverwerving gevestigd hebben in de aantrekkelijkere suburbane regio’s van Vlaanderen. Dit terwijl de grootsteden en sommige wijken van 19-eeuwse gordels in onze centrumsteden zich geconfronteerd zien met een toenemende concentratie van zowel achtergebleven als inwijkende verpauperde bevolkingsgroepen.
Leefbaarheidsproblemen stellen zich zowel op de private als sociale markt en mogen niet verengd worden tot een beleid gericht op de spreiding of zelfs uitsluiting van kansarme en kwetsbare bewonersgroepen.
3.4. Aangepast wonen in Vlaanderen
Het huidige woningbestand is zowel qua ruimtelijke inplanting als fysische aanpasbaarheid onvoldoende uitgerust om aan de toekomstige woonbehoeften te voldoen. Een beleid gericht op ‘aanpasbaar bouwen en wonen’ evenals ‘woonzorgregio’s’ staat in Vlaanderen nog maar in de kinderschoenen. Sociale ontwikkelingen wijzen evenwel op een toenemend aantal éénpersoonshuishoudens, éénoudergezinnen, (hulpbehoevende) bejaarden, personen met een handicap, thuislozen, nieuwkomers, enz. met specifieke woonbehoeften. Ook grotere (kansarme) gezinnen hebben het steeds moeilijker om een aangepaste betaalbare woning te vinden. Er is dus nood aan een sterker gedifferentieerd categoriaal beleid.
3.5. De toegankelijkheid van de huisvestingsmarkten en uitsluitingsmechanismen
Steeds meer mensen ondervinden problemen om een ‘stabiel’ dak boven hun hoofd te vinden. Een steeds grotere groep blijft ‘geparkeerd’ in de opvangcentra voor thuislozen. De transit- of noodwoningen van OCMW’s en de SVK-woningen slibben dicht en het grijze circuit van kamerbewoning, campingbewoning en protestkraken neemt toe.
De private woningmarkt wordt voor kwetsbare groepen steeds ontoegankelijker.
Discriminatie en uitsluiting tieren nog altijd welig op de woningmarkt terwijl ook de overheid bepaalde groepen, zoals mensen zonder papieren, uitsluit van een adequate huisvestingsondersteuning of woonopvang waardoor ze in de armen van huisjesmelkers gedreven worden.
Ook de sociale huursector biedt geen directe opvang omdat het aanbod kwantitatief totaal ontoereikend is. Bijna 70.000 Vlaamse gezinnen wachten, financieel noodgedwongen, op een sociale woning. De wachttijden lopen makkelijk op tot 5 jaar.
Tenslotte vinden tal van mensen niet de ‘juiste weg’ naar de voorzieningen en tegemoetkomingen en slagen er bij gebrek aan vraaggerichte informatieverstrekking én ondersteuning niet in om hun recht op wonen af te dwingen.
|
De problemen inzake betaalbaarheid, kwaliteit, leefbaarheid, |
|
Daartegenover
staat dat het thema ‘huisvesting’ duidelijk geen
beleidsprioriteit was |
4. AANBEVELINGEN VOOR EEN KRACHTDADIGER EN DOELMATIGER WOONBELEID
4.1. Een consistent en volwaardig eigendoms- én huurbeleid, gericht op :
Een actief grond- en pandenbeleid gericht op betaalbaar wonen met voldoende sociale vermenging,
Een aangepast woonbeleid gezien de toenemende vergrijzing en hiermee gepaard gaande woonzorgbehoeften,
Een betere afstemming tussen wonen en welzijn met het oog op de ontwikkeling van een geïntegreerd woon- en zorgbeleid en tussenliggende woonvormen en woonbegeleiding,
Een gevoelige kwaliteitsverbetering van het woningbestand zowel in de eigendoms- als in de huursector. Gezinnen die hun woning willen verbeteren moeten hierin aangemoedigd en ondersteund worden.
De uitwerking van maatregelen om te komen tot een betere afstemming prijs-kwaliteitsverhouding, alsook prijs-inkomensverhouding. Naast deze maatregelen moet er ook een betere ondersteuning komen van de huurders zodat deze in staat zijn hun rechten op te nemen.
Het rekening houden met de gezins- en kinddimensie bij de toekenning van woonpremies, toelagen of subsidies aangezien de gezinsgrootte mede de woonkost bepaalt.
4.2. Een forse optrekking van het budget voor wonen, met inbegrip van een verhoogde investeringsinspanning voor de sociale huisvesting gezien de woonbehoeften en de spanningen op de private markt.
4.3. Een geïntegreerd en performant woonbeleid met afstemming op de verscheidene beleidsdomeinen die raakvlakken vertonen met wonen (stedelijk beleid, ruimtelijke ordening, welzijn, duurzaam ontwikkeling, consumentenzaken, enz.) en dit zowel op het federale als op het Vlaams beleidsniveau, door onder meer :
De installatie van een Vlaamse Woonraad zoals voorzien in de Vlaamse Wooncode, met vertegenwoordiging vanuit de bewonersgroepen.
Een Vlaamse minister van wonen die de volledige legislatuur aanblijft waardoor er sprake kan zijn van een continuïteit in het Vlaamse woonbeleid.
In afwachting van een bevoegdheidsoverheveling moet er een federaal minister van woonbeleid komen die coördinerend optreedt voor alles wat met wonen te maken heeft (bijvoorbeeld huurwetgeving, fiscaliteit). Hij is ook verantwoordelijk voor alle federale beleidsopties inzake wonen. Op termijn vragen we dat de Vlaamse minister van wonen een maximale bevoegdheid krijgt en dat er dus bevoegdheidspakketten die nu nog federaal zijn overgeheveld worden naar de gewesten.
Een samenwerkingsakkoord over het woonbeleid tussen de gewestelijke (Vlaamse) en de federale overheid, als eerste stap in een besluitvormingsproces naar meer homogene bevoegdheidspakketten inzake woonbeleid.
De in de regeringsverklaring aangekondigde interministeriële conferentie moet op korte termijn georganiseerd worden en mag niet herleid worden tot een technische afhandeling in de vorm van een task-force. De interministeriële conferentie inzake huisvesting moet daarentegen het kristallisatiepunt worden van een ruimer maatschappelijk debat én politiek besluitvormingsproces over het woonbeleid en haar mogelijke bijdrage tot een ruimer sociaal welvaartsbeleid.
4.4. Tenslotte vragen wij bijzondere aandacht voor :
Een doorlichting van de vastgoedfiscaliteit op sociaal-economische doelmatigheden,
De invoering van de meest adequate financiering van de sociale huisvesting om te vermijden dat de financiële moeilijkheden van de sociale huisvestingsmaatschappijen worden afgewenteld op de huurders,
De ontwikkeling van meetbare resultaatsindicatoren inzake betaalbaarheid, kwaliteit, aangepastheid en toegankelijkheid van het wonen en de ontwikkeling van een actueel en performant meetsysteem,
Een globaal meer billijke relatie tussen huurprijs en kwaliteit,
Een duurzame en sectoroverschrijdende aanpak ter verbetering van de leefbaarheid van wijken, waarin alle maatschappelijke functies (wonen, werken, verkeer, sociale voorzieningen, groene (speel)ruimte, enz.) aangeboord worden. Bij deze aanpak dienen bewoners structureel betrokken te worden en bewonersparticipatie volwaardig en duurzaam ondersteund te worden.